
In het praktijkgedeelte van ons onderwijs wordt de via de minoren gevormde basis toegesneden op de praktijk. De student neemt deel aan het onderdeel Praktijk door het lopen van stage. Deze stage kan op zijn vroegst in de tweede helft van leerjaar 3 gepland worden, dus ná het hebben doorlopen van de twee verplichte minoren.
De stage ofwel het onderdeel Praktijk kent drie verschijningsvormen, namelijk
De stage heeft in principe een omvang van 840 uur (30 credits) en duurt 2 perioden ofwel 20 weken. Het is mogelijk deze periode te verlengen of zelfs te verkorten. Stageverlenging of -verkorting geschiedt altijd in overleg met de praktijkbegeleider van de student en eventueel met andere betrokkenen. De competentie-ontwikkeling van de student en de daarin betrokken beoordelingscriteria vormen in de bepaling van de feitelijke stageduur het belangrijke uitgangspunt. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de student in een leerwerkbedrijf aan één of meerdere opdrachten werkt die samen 15 credits (= 420 uur) opleveren en dit combineert met een stage van 240 uur, waardoor de Praktijk uiteindelijk toch totaal 840 uur omvat. Daarnaast is het mogelijk dat de student de stage met een periode verlengt of combineert met het uitvoeren van de afstudeeropdracht.
De student wordt tijdens het lopen van zijn of haar stage begeleid vanuit de opleiding èn vanuit de beroepspraktijk. Die begeleiding vindt plaats op zowel individuele basis (student individueel) als op collectieve basis (student en de groep/kring waarvan hij deel uitmaakt).
Klik hier om terug te keren naar de vorige pagina.